Historie van Pakhuis Zondag

De pakhuizen Zondag tot en met Zaterdag zijn, naast het Lloyd Hotel en een aantal voormalige loodsen, de enige monumentale gebouwen daterend uit de negentiende eeuw in het moderne en populaire Oostelijk Havengebied. Pakhuis Zondag was een theepakhuis uit 1898 en is in 1990 door architect Pieter Weeda tot moderne appartementen verbouwd met behoud van monumentale uitstraling. De hoofdingang is gelegen aan de Entrepothaven.

Ontstaan van de oostelijke haven

Halverwege de negentiende eeuw bepaalt de regering dat ten behoeve van de bouw van het Centraal Station het open havenfront gedempt moest worden, zodat het station in het IJ kon komen. Dat besluit werd genomen ondanks bezwaren van de stad Amsterdam. Stadsingenieur Van Niftrik kreeg daarop voor elkaar dat buiten de spoorlijn bij het Oosterdok een nieuwe kade aangelegd werd: de Oostelijke Handelskade.

Hiermee start het Oostelijk Havengebied. Dit gebied sloot goed aan bij de nieuwe haven die al in de Rietlanden aangelegd was, het Spoorwegbassin, dat met name gebruikt zal gaan worden voor de overslag van kolen en erts. De spoorlijnen sluiten volledig aan bij dit haventerrein, en Sporenburg is een wirwar van rangeersporen.

Met de ontwikkeling van de Oostelijke Handelskade krijgt Amsterdam voor het eerst een haven aan diep water. Dat is overigens in die tijd een vereiste om in de vaart der volkeren mee te kunnen. Met de bouw van de pakhuizen Europa, Azië en Africa start de eigenlijke ontwikkeling van de kade in 1883. De kade wordt “modern” opgezet, met een spoorlijn en (stoom-) kranen voor het laden en lossen.

Wegens klachten over de invloed van de Zuiderzee op de activiteiten bij de Oostelijke Handelskade (bij storm kan er niet gewerkt worden vanwege de golfslag) wordt besloten een verder naar buiten liggende golfbreker aan te leggen. Dat blijkt geen succes. In 1890 besluit de gemeente Amsterdam om maar een dam aan te leggen. Dat is het begin van het Java-eiland en het KNSM-eiland. Al in 1896 besluit de gemeente om de IJkade aan te leggen, aansluitend op de dam. Met het baggerslib uit het Noordzeekanaal wordt het eiland opgehoogd. Met de verlenging van de westelijke IJkade in 1904 ontstaat het nieuwe schiereiland. Het water tussen het Java-eiland en de Oostelijke Handelskade vormt de IJhaven, het water ten zuiden van het KNSM-eiland wordt de Ertshaven.

Groei

Over de verbindingsdam/brug liggen de spoorlijnen voor het vervoer van goederen. Het nieuwe eiland heeft met diepwaterkades aan alle kanten alle mogelijkheden. Al in 1903 vestigt de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij (KNSM) zich op het oostelijk deel van het eiland, het bedrijf zal zo sterk groeien dat het de volledige Surinamekade en Levantkade zal omvatten. Op het westelijk deel vestigt zich onder meer de Stoomvaart Maatschappij Nederland (SMN), op de Oostelijke Handelskade had zij al niet genoeg ruimte meer om te groeien.

In de eerste helft van de 20e eeuw is het Oostelijk Havengebied volop in ontwikkeling. Vanaf hier vertrekken de passagiersschepen naar het oosten, met name naar Nederlands-Indië. Het is een gaan en komen van schepen met vracht uit de kolonie. Tussen de loodsen en pakhuizen staan een aantal gezichtsbepalende gebouwen, waaronder het Lloyd Hotel (1918, van architect Evert Breman) aan de Oostelijke Handelskade en het zeer karakteristieke gebouw van de Algemene Dienst op de kop van de Handelskade (gesloopt in 1975).

Al in 1877 wordt het terrein aan de Nieuwe Vaart aangewezen als het nieuwe terrein waar Veemarkt en Abattoir moeten komen. De nieuwe hygiënewetgeving maakt dat de bedrijven de stad uit moeten. Op dat moment staan op het terrein nog molens, die zich met hand en tand verzetten tegen de verwijdering. (De molens De Hoop, De Liefde en Het Fortuin stonden hier). Maar na de nodige rechterlijke uitspraken moeten ze wijken en in 1887 worden Abattoir en Veemarkt geopend.

Entrepothaven en de pakhuizen

Naast de Veemarkt wordt dan het terrein klaargemaakt voor een nieuwe gemeentelijke haven: de nieuwe Entrepothaven, ter uitbreiding van het oude Entrepotdok. Met de aanleg van het Merwedekanaal in 1892 is ook de verbinding met het achterland sterk verbeterd, en kunnen de pakhuizen aan het Entrepotdok benut worden voor de overslag van goederen. Hoge muren beschermden deze pakhuizen, waar tijdelijk invoerrechtvrije goederen werden opgeslagen voordat ze vervoerd werden naar het buitenland.

In 1899 worden de pakhuizen Maandag tot en met Zaterdag gebouwd, in 1903 gevolgd door Zondag. Het pakhuis Zondag is heel anders gebouwd dan de andere zes dagen van de week. Het dateert dan ook van een aantal jaar later en staat iets apart. Dit omdat hier de sterk ruikende goederen werden opgeslagen. Een gevelsteen met een stralende theepot herinnert hier nog aan. Tot 1978 werden de pakhuizen nog mondjesmaat gebruikt, maar toen de havenactiviteit steeds meer vertrok naar het nieuwe Westelijk havengebied werd eind jaren `80 besloten de pakhuizen te verbouwen tot koopwoningen.

Oostelijk Havengebied – vanaf de tachtiger jaren

Het gebied is in het laatste decennium van de 20e eeuw ontwikkeld tot een modern woongebied, wat uitstraling betreft te vergelijken met de Eastern Docklands in Londen. Het gebied wordt gekenmerkt door een doordachte stedenbouwkundige opzet en een eigentijdse architectuur. In de nieuwe plannen blijven de 300 meter lange entrepotpakhuizen Maandag tot en met Zondag een hoogtepunt inhet Oostelijk Havengebied. De pakhuizen worden tussen 1988 en 1991 verbouwd tot 390 premie-koopwoningen. Architect Chris Smit neemt Maandag tot en met Zaterdag voor zijn rekening, Pieter Weeda pakhuis Zondag. Daarnaast staat dan nog cacao-pakhuis Koning Willem I. Moest je een zo karakteristiek gebouw afbreken, al was het dan pas in 1961 gebouwd? Men doet het niet. Het wordt door architectenbureau Pro verbouwd tot kantoor voor het Internationale Instituut voor Sociale Geschiedenis.

Architect Weeda realiseerde in Pakhuis Zondag een zestigtal appartementen, opgeleverd in 1990. Opvallende elementen in het ontwerp zijn de fraaie binnentuin, de grote erkers rondom het gebouw en het blauwe tegelwerk rond de entree. In 2011 is de entree verbouwd en is de originele, karakteristieke uitstraling teruggebracht onder leiding van Change Architects.